Health Professional - Nieuws - 30-11-2009:

Probiotica en eczeem bij risicokinderen
Beintema, Nienke

Een combinatie van Bifidobacterium bifidum, B. lactis en Lactococcus lactis helpt eczeem te voorkomen bij kinderen met een verhoogd risico op allergieën. Dat concludeerde Titia Niers in haar proefschrift, waarop ze onlangs promoveerde aan de Universteit Utrecht.

Atopische aandoeningen, zoals eczeem, astma, voedselallergie en hooikoorts, zijn in Westerse landen vrij algemeen, voornamelijk onder kinderen. Naar schatting heeft zo’n 20 tot 30 procent van de kinderen er in enige mate last van. Wetenschappers van de Universiteit Utrecht hebben een gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd experiment uitgevoerd om het effect te onderzoeken van probiotica op atopische aandoeningen bij kinderen die daarvoor een verhoogd risico hebben. Deze zogenaamde PandA-studie (Probiotics AND Allergy) heeft verscheidene wetenschappelijke publicaties opgeleverd, plus een proefschrift. Titia Niers, kinderarts in opleiding, promoveerde op 10 november op dit onderzoek.
“Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van probiotica op atopische aandoeningen,” zegt Niers.“Deze studies waren bovendien allemaal anders van opzet en gebruikten verschillende bacteriestammen. Ze zijn dus moeilijk onderling te vergelijken.” De Utrechtse studie richtte zich op drie probioticastammen: Bifidobacterium bifidum, B. lactis en Lactococcus lactis. Deze waren uit in vitro-experimenten naar voren gekomen als de meest veelbelovende kandidaten in de strijd tegen atopische aandoeningen.

Eerste drie maanden
“In totaal volgden we ongeveer 100 risicofamilies gedurende de studie,” vertelt Niers. “Zwangere vrouwen gebruikten deze probioticacombinatie tijdens de laatste zes weken van hun zwangerschap, en hun baby’s kregen de probiotica tot een jaar na de geboorte. De ouders hielden bij of de kinderen al dan niet atopische aandoeningen hadden op de leeftijd van 3 maanden, 1 jaar en 2 jaar. Met 3 maanden keken we bij de kinderen ook naar de samenstelling van de darmflora en naar bepaalde immuunparameters.”
Het onderzoek liet zien dat de probiotica een significante invloed hadden op het optreden van eczeem in de eerste drie levensmaanden. In de periode daarna was dat verschil er nog steeds, maar het was niet langer significant. “We zouden een veel grotere studiegroep nodig gehad hebben om dat verschil significant te houden,” merkt Niers op, “maar in elk geval konden we aantonen dat er nog steeds een absolute risicoreductie was. Daarom concluderen we dat het effect gedurende de eerste twee levensjaren aanwezig lijkt te zijn.”

Samenstelling
Voor de andere atopische aandoeningen kon Niers geen verschil aantonen. “Aandoeningen zoals astma en hooikoorts,” vertelt ze, “ontwikkelen zich meestal pas op latere leeftijd, dus dat kan een verklaring zijn. We gaan deze kinderen volgen tot ze 6 jaar oud zijn, dus misschien kan die follow-up daar duidelijkheid over geven.”
Bij baby’s van 3 maanden zagen Niers en haar collega’s significante verschillen tussen de beide groepen wat betreft de samenstelling van de darmflora. “De hoeveelheden van de drie probioticastammen waren in de probioticagroep daadwerkelijk hoger,” zegt Niers. “Dat was natuurlijk te verwachten, maar het is toch mooi dat we het echt konden laten zien. We keken ook naar de relatieve hoeveelheden van andere bacteriestammen in de darmflora, maar die data moeten we nog publiceren.”

Te vroeg
De probioticagroep vertoonde ook een verschil wat betreft een belangrijke immuunparameter. “In deze groep was op de leeftijd van 3 maanden de productie van IL-5 verminderd,” zegt Niers. “We weten uit eerder onderzoek dat IL-5 een rol speelt bij het ontstaan van atopische aandoeningen in het algemeen. Maar er is nog nader onderzoek nodig om te bepalen in hoeverre deze parameter echt kan dienen als een indicator of een voorspeller van eczeem of andere atopische aandoeningen.”
Het is volgens Niers ook nog te vroeg om te concluderen dat probiotica in het algemeen gunstig zouden zijn voor risicokinderen. “Ons onderzoek heeft een aantal belangrijke dingen aan het licht gebracht,” besluit ze, “maar er is meer onderzoek nodig om bijvoorbeeld de onderliggende mechanismen te kunnen verklaren en te bepalen hoe je deze probiotica het beste zou kunnen inzetten. Maar er zijn zeker belangrijke stappen gezet, en de resultaten zien er veelbelovend uit.”

Meer informatie:
De PandA-studie
Recente publicatie van Niers et al. in het tijdschrift Allergy (sept. 2009)
«Terug