Kanker

Een gezonde darmflora lijkt een belangrijke rol te spelen bij de preventie van kanker. Probiotica helpen de darmflora zodanig te veranderen dat het beschermend effect tegen darmkanker groter wordt. Humane studies ontbreken echter nog grotendeels, maar onderzoek in het laboratorium en bij proefdieren geeft positieve aanwijzingen (Geier, 2006). Zo zorgen probiotica voor een toename van gunstige bacteriën in de darmflora, zoals Lactobacillen en Bifidobacteriën en een afname van schadelijke bacteriën die gifstoffen en vooral ook kankerverwekkende stoffen kunnen produceren (De Moreno de LeBlank, 2007). Bovendien stimuleren probiotica de darmperistaltiek door de gassen die ze produceren. Dit bevordert de stoelgang en zorgt ervoor dat eventuele kankerverwekkende stoffen minder lang in contact zijn met het darmepitheel. Dit verkleint de kans op de vorming van kankercellen in het darmepitheel.

Eerste humane studies
Mogelijk kunnen probiotica ook een gunstig effect hebben bij mensen die al lijden aan kanker. Een recente Zweedse placebogecontroleerde interventiestudie is uitgevoerd bij 37 patiënten met colorectale kanker en 43 patiënten bij wie poliepen uit het colon verwijderd waren. Toediening van probiotica (Lactobacillus rhamnosus GG en Bifidobacterium lactis Bb12) in combinatie met prebiotica (oligofructose verrijkte inuline) bleek na 12 weken te leiden tot een significante afname van verschillende biomarkers voor colorectale kanker (Rafter, 2007). Bij deze studie is het echter niet duidelijk of het effect moet worden toegewezen aan de probiotica of aan de prebiotica dan wel aan de combinatie.

In Japan is een studie uitgevoerd onder 398 patiënten die op het moment van de studie vrij van kanker waren, maar waarbij in het verleden tenminste 2 darmtumoren verwijderd waren. Gedurende 4 jaar kregen ze probiotica (Lactobacillus casei), prebiotica (zemelen), probiotica én prebiotica of geen van beide. In de probioticagroep was de kans op het ontwikkelen van een nieuwe darmtumor 24% lager dan in de controlegroep, maar dit resultaat was niet significant. De kans op afwijkende (atypische) cellen was in de probioticagroep, vergeleken met de controlegroep, wel significant verlaagd met 35%.
Terwijl probiotica gunstige effecten lieten zien, bleken prebiotica eerder averechts te werken. De kans op een nieuwe darmtumor was niet significant verhoogd, maar er kwamen wel significant meer grote tumoren voor in de prebioticagroep (Ishikawa, 2005).

«Terug